Over de campagne

Over de campagne

 

Waarom?

het imec.digimeter rapport toont de evolutie van het mediabezit en -gebruik van de Vlamingen. Jaar na jaar tonen de cijfers een stijging van het smartphonegebruik. Terwijl de digimeter vooral kwantitatief meet, groeit het besef dat het verhoogde gebruik van de smartphone ook een ‘mental game’ wordt tussen de mens en technologie. Het Provinciaal Veiligheidsinstituut van Antwerpen, UGent, UAntwerpen, Mediawijs en de Gezinsbond slaan nu de handen in elkaar en lanceren de campagne ‘Kop Op’ want het wordt tijd dat we wat meer “opkijken” van onze smartphone.

De doelstelling van de campagne Kop Op is Vlamingen aanzetten om bewuster om te gaan met hun smartphone om zo de balans (familie, school/werk, hobby’s, beweging, slaap, etc.) te herstellen. De slogan Kop Op verwijst zowel naar het fysieke aspect als naar de mentale kant van het smartphonegebruik.

 

Wetenschappelijke onderbouw

De campagne Kop Op is voorafgegaan door wetenschappelijk onderzoek, uitgevoerd door kenniscentrum imec en de Universiteit Gent (UGent) in het kader van onderzoek naar digibesitas (= samenstelling van digitaal en obesitas). Uit het jaarlijkse digimeteronderzoek bleek dat een groeiend aantal Vlamingen dit gevoel van onbehagen ervaart door een overmatige aanwezigheid van digitale prikkels, vooral uitgelokt door de smartphone.

 Vooronderzoek

Het onderzoekstraject voor deze Kop Op campagne ging van start in 2017 en zag er als volgt uit:

  1. Online bevraging naar gebruik en gevoelens bij smartphone
  2. Opstellen vijf profielen en zelftest
  3. Nagaan representativieit in digimeter
  4. Uitdiepen profielen via interviews

De zelftest is gebaseerd op een online bevraging door onderzoeksgroep Media, Innovatie en CommunicatieTechnologieën (mict) in april 2017 bij 498 Vlaamse smartphonegebruikers. Doel van dit onderzoek was nagaan welke (negatieve) gevoelens gebruikers ervaren bij hun smartphone, en welke specifieke vragen daar het best naar peilen. Hieruit volgden de vijf profielen die je terugvindt op deze site. Deze profielen verschillen van elkaar door gebruiksfrequentie (veel versus weinig gebruik) en de gevoelens die ze hebben bij hun smartphonegebruik:

  • het gevoel dat je sociaal aanwezig moet zijn online (ook wel de ‘fear of missing out’ of kortweg ‘fomo’ genoemd),
  • het gevoel dat je werk je privé indringt via je smartphone (met andere woorden een verstoorde ‘work-life balance’),
  • het gevoel van onnodig tijdrovend smartphonegebruik,
  • het gevoel dat je gamegedrag (soms) problematisch is en/of het gevoel dat je smartphone ingewikkeld is.

Op basis van de resultaten van de online bevraging werden 20 van de 84 vragen overgehouden voor de zelftest. Deze 20 vragen zijn de items die het meest uiteenlopend (en dus ook typerend) zijn voor de verschillende profielen. Hier werden vijf vragen over de frequentie van smartphonegebruik aan toegevoegd: een vraag over algemeen smartphonegebruik en vier vragen over specifieke toepassingen op smartphone (e-mail, Facebook, nieuws en gaming). Door middel van een clusteranalyse op deze geselecteerde vragen kwamen de vijf profielen tot stand.

Vervolgens werden deze vragen voor de zelftest opgenomen in digimeter, een jaarlijkse studie van imec rond het bezit en gebruik van nieuwe media en technologie in Vlaanderen. De vragenlijst van digimeter werd afgenomen in augustus en september 2017, en in totaal namen 2.345 respondenten deel aan de studie (waarvan 1.022 via online kanalen en 1.323 via een offline bevraging). Op deze manier konden de vragen van de zelftest en de daaruitvolgende profielen gevalideerd en verfijnd worden worden binnen een representatieve steekproef van de Vlaamse populatie.

Aanvullend werden 19 diepte-interviews afgenomen bij smartphonegebruikers die de eerste versie van de zelftest hadden ingevuld. Hierdoor konden de profielen verder verfijnd en uitgewerkt worden.

 

mobileDNA: spiegel van je smartphonegebruik

De applicatie mobileDNA is bedoeld om gebruikers een spiegel voor te houden van hun smartphonegebruik. Een op de drie Vlamingen (64,6%) zegt dat ze minstens een uur per dag op hun smartphone zitten, waarvan 14% inschat dat ze hun toestel minstens vijf uur per dag gebruiken. Tenminste, dat dénken ze, want dat die getallen zijn gebaseerd op het eigen inschattingsvermogen, niet op gemeten gebruik. Net hier willen we met mobileDNA een verschil maken: de applicatie geeft dus inzicht in daadwerkelijk gebruik.

De Universiteit Gent heeft samen met Bits of Love en In the Pocket de app mobileDNA ontwikkeld zodat deze applicatie kan ingezet worden voor wetenschappelijk onderzoek, zonder hiervoor afhankelijk te zijn van derde (veelal commerciële) partijen. Eerdere ervaringen met dit soort onderzoek leerde ons ook welke gegevens we wel/niet nodig hebben om zinvol inzicht te krijgen in smartphonegebruik.

 

Meer weten

Wens je meer informatie over het onderzoek? Contacteer ons dan via mobileDNA@UGent.be