Mijn werk dringt via mijn smartphone mijn privéleven binnen

Altijd verbonden zijn is een ramp voor je breinwerk

Prof. dr. Theo Compernolle is een neuropsychiater en internationaal gerespecteerd consultant op het vlak van stress in de werkcontext. Hij is verbonden aan het CEDEP en doceerde onder meer aan de Universiteit van Amsterdam, TIAS, INSEAD, Vlerick en Solvay Business School, en geeft wereldwijd lezingen over beter stressmanagement. Hij schreef de bestsellers “Stress: Vriend en Vijand” en “Ontketen je brein”. Voor mensen die geen tijd hebben om een grondig boek te lezen over dit onderwerp, schreef hij een samenvatting “Zo haal je meer uit je brein”: slechts 50 pagina’s tekst van twee tweets lengte, één onderwerp per pagina en 50 illustraties. 

Om ons brein beter te gebruiken, moeten we eerst weten hoe het werkt. Want we hebben eigenlijk drie breinen: een gesofisticeerd denkend brein waarmee we abstract kunnen nadenken; een primitief reflexbrein dat razendsnel en onvermoeibaar is; en een archiverend brein dat al onze kennis opslaat. 
De essentie voor een goede samenwerking tussen ons brein en onze technologie, is dat het denkend brein niet kan multitasken. Ons denkend brein kan slechts aan één ding tegelijk aandacht geven en telkens we van onderwerp wisselen verliezen we, en geen klein beetje. Ik liet een journalist ooit het woord ‘MULTITASKING’ en daaronder de cijfers 1 tot 12 schrijven. Dat is singletasking: de ene taak na de andere afwerken. Daarna vroeg ik hem om tussen die twee taken heen en weer te gaan, te multitasken dus: ‘M-1-U-2-L-3’. Hij deed dubbel zo lang over het multitasken. Bovendien maakte hij een fout en was hij meer gespannen.

Dat is het effect van multitasken. Het duurt véél langer, het kost meer energie en je maakt meer fouten. Dat geldt zowel voor simpele als complexe taken. De twee super-simpele taakjes, een woord schrijven en de letters nummeren, kosten reeds dubbel zoveel tijd als je multitaskt. Als je moeilijk complex werk voortdurende onderbreekt voor ander zaken kost het je gemakkelijk het vijfvoud aan tijd, fouten en stress. Let wel, voor gewoontes en taken die we zo goed kunnen dat we er niet moeten over nadenken, ligt dat anders. We kunnen bijvoorbeeld fietsen en praten omdat we ons concentreren op het gesprek en het fietsen overlaten aan de automatische piloot van het reflexbrein.

Multitasken is zo inefficiënt door het constante wisselen tussen de taken. Bij elke wissel moet het brein razendsnel van de ene taak naar de andere schakelen. Stel, je bent geconcentreerd bezig met een opdracht. De hele context van die opdracht zit dan in je ‘werkgeheugen’ opgeslagen. Terwijl je aan het werk bent, verschijnt er een pop-up van een nieuwe e-mail. Gewoon door naar die pop-up te kijken, raakt je concentratie twee minuten in een dipje. Het eerste wat iedereen trouwens zou moeten doen, is die pop-ups uitschakelen. Beslis je de mail te beantwoorden, dan zet het brein de hele context van de vorige opdracht in een tijdelijk geheugen, wist het je werkgeheugen, haalt het de nodige informatie voor de e-mail uit je langetermijngeheugen en bouwt het je concentratie weer op. Deze wissels kosten niet alleen energie en tijd, maar heel wat informatie gaat gewoon verloren en we maken meer fouten. Denk maar aan het testje met de journalist. Schakel de wissels zo veel mogelijk uit. De winst in productiviteit, creativiteit en efficiëntie is enorm.

Multitasken is dus onmogelijk voor het denkend brein. De huidige technologie, met haar smartphones en voortdurende stroom e-mails, apps en nieuws, verleidt ons echter om continu te multitasken. Het denkend brein is in verdrukking geraakt door de manier waarop we onze technologie gebruiken. Het is op zich nochtans een schitterende technologie, die we echter op twee manieren kunnen gebruiken.

Ten eerste is ze een zegen voor ons breinwerk, als professional of als student, om sneller en beter dan ooit tevoren relevante informatie te vinden en te verwerken. Dat kan alléén als je de baas bent van je technologie. Als jij bepaalt waar, wanneer, waarvoor en hoe lang je ze gebruikt en je er volop op concentreert. Je prachtig denkend brein speelt dan de hoofdrol en er is een mooie synergie tussen je wonderbaarlijk brein en je fantastische technologie.

Ten tweede is het leuk om als consument je te laten meeslepen door een oneindige stroom van interessante maar irrelevante informatie. Als je echter altijd met die stroom verbonden bent, dan is het de technologie die bepaalt wanneer je ze gebruikt, waar, waarvoor en hoe lang. Je denkend brein speelt nauwelijks nog een rol en je primitief reflexbrein zorgt ervoor dat je eraan verslaafd raakt en dat is precies de bedoeling van app- en gameontwikkelaars. In de plaats van synergie tussen je brein en je technologie is er dys-ergie: het is contraproductief, je presteert minder en slechter.

“Conclusie: altijd verbonden kunnen zijn is een zegen voor ons breinwerk, maar altijd verbonden zijn is ware een ramp voor ons breinwerk”

Continu verbonden zijn is dus echt hét kernprobleem. Het is de grootste vijand van onze intellectuele productiviteit, leren, onthouden en creativiteit. Onze aandacht wordt voortdurend naar het internet gezogen, waar we als (verslaafde?) consument continu interessante maar irrelevante informatie opslorpen en ongewild informatie vrijgeven. Op zich kan dat leuk zijn, maar als we continu verbonden zijn en reageren op elke bel, piep en trilling dan zijn we continu aan het multitasken.

Het eerste wat je moet doen om je intellectuele productiviteit te optimaliseren, is regelmatig ontkoppelen van het internet en heel streng het verbonden zijn beperken tot enkele periodes, blokken per dag.